north-south-america-photo

Banknotes North - South America

Noord-Amerika is een continent dat volledig op het noordelijk halfrond ligt en bijna volledig binnen het westelijk halfrond. Het wordt ook wel beschouwd als een noordelijke subcontinent van de Amerika's. Het wordt in het noorden begrensd door de Noordelijke IJszee, in het oosten door de Atlantische Oceaan, in het westen en zuiden door de Grote Oceaan en in het zuidoosten door Zuid-Amerika en de Caraïbische Zee. Noord-Amerika heeft een oppervlakte van ongeveer 24.709.000 km², ongeveer 4,8% van de oppervlakte van de Aarde of ongeveer 16,5% van het landoppervlak. Het aantal inwoners wordt geschat op bijna 529 miljoen mensen (stand juli 2008) verdeeld over 23 onafhankelijke staten. Noord-Amerika is het op twee na grootste continent qua oppervlakte, na Azië en Afrika en het op drie na grootste qua werelddeelbevolkingsaantal na Azië, Afrika en Europa.

Zuid-Amerika is een continent op het zuidelijk halfrond, ten zuiden van Noord-Amerika en ten noorden van Antarctica. Het continent wordt in het westen door de Grote Oceaan en in het oosten door de Atlantische Oceaan begrensd.

Geschiedenis Noord-Amerika

 

Er wordt verondersteld dat de eerste menselijke inwoners van Noord-Amerika van Aziatische oorsprong waren; zij staken 20.000 jaar geleden Alaska over en trokken toen zuidwaarts door de vallei van de Mackenzierivier. De Europese ontdekking en nederzetting in Noord-Amerika dateren uit de 10e eeuw, toen Noormannen (986) heer en meester waren in Groenland. Hoewel het bewijsmateriaal fragmentarisch is, bereikten zij Oost-Canada rond het jaar 1000 onder leiding van Leif Eriksson. Van groter effect op de verdere geschiedenis van het continent waren de ontdekkingsreizen van Christoffel Columbus in 1492 en John Cabots reizen naar Oost-Canada (1497). Portugese en Franse expedities hebben ook een grote invloed gehad op het continent.

Geschiedenis Zuid-Amerika

De eerste nederzettingen in Zuid-Amerika worden gedateerd rond 15.000 v.Chr. en lagen in de kustzone van Ecuador en Peru. Rond 2700 v.Chr. werd in Caral de eerste stad met stenen huizen gebouwd. Door de ontwikkeling van aardewerk krijgt men de mogelijkheid voedsel langer te bewaren, zodat ook de inlandse valleien in de Andes gekoloniseerd kunnen worden.

Antieke beschavingen zijn de Chavin-cultuur (1700 - 300 v.Chr.), de Mochica-cultuur (0 - 750 n. Chr.) en de Nazca-cultuur (200 v.Chr. - 1000 n. Chr.), alle in Peru.

De Inca's heersten van 1438 tot 1532 over een groot gebied dat van Noord-Chili tot Ecuador liep. Hun rijk werd centralistisch geregeerd door een keizer vanuit Cuzco. Hoewel de beschaving een hoog niveau had bereikt waren sommige uitvindingen zoals het wiel bij de Inca's niet bekend.

In de 16e eeuw begonnen Spaanse en Portugese ontdekkingsreizigers de Zuid-Amerikaanse oostkust te verkennen. Gelokt door verhalen van een gouden rijk in het binnenland begaven ze zich steeds verder landinwaarts. Voor de lokale bevolking waren de bacteriën die de Europeanen meebrachten een ongekende ramp. Schattingen geven aan dat misschien meer dan twee derde van de Indiaanse bevolking aan voor hen onbekende ziekten als de pest, waartegen ze geen resistentie hadden, stierf. Daaropvolgend lukte het de Spaanse ontdekkingsreiziger Francisco Pizarro in 1532 met een klein legertje het grootste deel van het Incarijk te veroveren door de keizer gevangen te nemen. Tot 1572 hielden de Inca's in delen van hun rijk stand tegen de Spanjaarden. Een zo'n afgelegen uitwijkoord was Machu Picchu.

Zuid-Amerika was in 1494 met het verdrag van Tordesillas tussen de Portugezen en Spanjaarden verdeeld. Brazilië werd Portugees, de rest Spaans. In de eeuwen daarop viel Zuid-Amerika langzaam in handen van de beide koloniale machten, hoewel ook andere Europese landen, met name Engeland en Nederland, enige invloed hadden. Toen de Verenigde Staten in 1776 onafhankelijk werden werd de roep om onafhankelijkheid in Zuid-Amerika ook sterker. De bezetting van Spanje door Napoleon in 1808 bood de gelegenheid onafhankelijkheidsoorlogen te beginnen. Een bekend leider van de onafhankelijkheid wasSimón Bolívar. De decennia die volgden werden gekenmerkt door grote politieke instabiliteit: vrijwel overal braken burgeroorlogen uit en de verenigde republieken vielen uiteen in een lappendeken van staten. Pas in de laatste decennia van de 19e eeuw stabiliseerde Latijns-Amerika; in vele landen kwamen oligarchische regimes aan de macht, die onder het motto van Orden y Progreso ("orde en vooruitgang") economische voorspoed maar ook brute onderdrukking brachten.

Rond de jaren dertig werden de oligarchische regimes in de meeste landen afgelost door populistische regeringen, waarvan die van Juan Perón wellicht het bekendste is. In de jaren vijftig werden de meeste van deze regimes vervangen door regeringen die meer democratisch waren, maar ook instabieler. Gevolg was dat staatsgrepen plaatsvonden die tot militaire dictaturen leidden. In de Koude Oorlog waren de Verenigde Staten bang voor communistische invloeden in Latijns-Amerika, ze bemoeiden zich met de politieke situatie waarbij vaak steun aan militaire dictaturen werd verleend. In de jaren tachtig raakten de meeste landen in een diepe economische crisis. Landen konden hun schulden niet meer afbetalen, wat tot hyperinflatie leidde. De militaire regimes konden zich niet langer handhaven en het grootste deel van Zuid-Amerika kreeg een democratisch bewind. Tegen het eind van de 20e eeuw en het begin van de 21e eeuw raakten veel Latijns-Amerikanen gedesillusioneerd met het neoliberale economische systeem, en werden er in veel landen linkse kandidaten tot president gekozen. Een bekend voorbeeld is de Venezolaanse president Hugo Chávez.